Pharos Nederland | Home | Sitemap | Contact
landelijke vereniging van
ouders van hoogbegaafde kinderen

Onderpresteren Lezing Willy Peters


Onderpresteren?

Een thema voor school of ouders?


Waarom dit onderwerp?
Onderpresteerders zijn een probleemcategorie. Hun prestaties op school zijn erg wisselend of onder de maat. Zij presteren ver onder hun kunnen. Tijdens een IQ-test worden zij soms niet als hoogintelligent herkend. Zij vertonen afwijkend gedrag in de klas of somatische klachten. Onderpresteren is een vaag probleem dat tot veel misverstanden leidt.

Is onderpresteren een thema voor school of voor ouders? Zowel school als ouders spelen volgens Willy Peters een rol in de ontwikkeling van het kind. Zijn advies luidt derhalve: probeer er dus samen uit te komen.

Wat is onderpresteren?
In de wetenschappelijke literatuur vind je verschillende definities van onderpresteren en de daar gebruikte criteria zijn niet eenduidig. Je kunt, zoals D. Rost dit doet, onderpresteren definiëren als een discrepantie tussen prestatie en aanleg. Hierbij wordt geen criterium gehanteerd.
Je kunt ook specifieke testscores als criterium gebruiken die bijvoorbeeld met de schoolvragenlijst verkregen zijn. De schoolvragenlijst is een psychologische test waarmee men inzicht kan krijgen in de motivatie, de tevredenheid en het zelfvertrouwen van leerlingen. De schoolvragenlijst wordt op veel basisscholen en middelbare scholen gebruikt als begeleidings- en adviseringsinstrument.
Volgens een derde definitie is sprake van onderpresteren wanneer de prestaties afwijken van datgene wat volgens een aanlegmeting bereikt zou moeten worden.
Stagneert de ontwikkeling van een kind over een langere periode en is deze stagnatie zelfs extreem te noemen, kan dit eveneens onderpresteren genoemd worden.

Wat zijn de wetenschappelijke achtergronden van deze definities?
Achtergronden – ontwikkelingspsychologie. In de ontwikkelingspsychologie is ontwikkeling rijping. Bij Piaget verloopt de ontwikkeling volgens vaste stadia. Montessori gaat uit van gevoelige perioden waarin het kind bepaalde materialen aangeboden moet krijgen. Een andere visie is ontwikkeling door stimulering, zoals dit door Vygotsky is geformuleerd. Het kind bevindt zich in een zone van actuele ontwikkeling. Hier laat het kind zien wat het al kan, waar het mee bezig is. De zone van naaste ontwikkeling geeft datgene aan, wat met een beetje hulp uitgevoerd zou kunnen worden.
In de praktijk biedt de leraar lesstof aan, die voor de gemiddelde leerling bedoeld is. Een hoogbegaafde leerling mist in dit geval de sensatie van het onbekende, de uitdaging. Volgens Willy Peters heeft de omgeving de plicht de leerling leerstof van het juiste niveau aan te bieden. De stof is op zich minder belangrijk, wel het leerproces.
Om inzicht in het leerproces van een kind te kunnen krijgen biedt het CBO de kinderen tijdens een test een sorteertaak aan. Psychologische tests gaan uit van rijping van het kind. Er wordt het kind tijdens een gangbare psychologische test geen hulp aangeboden. Dynamic assessment (o.a. Feuerstein en Tzuriel) is een diagnostische benadering waarbij leerbaarheid centraal staat. Tijdens de afname van de test worden hulp en feedback geboden. De sorteertaak, dit testonderdeel is in Leipzig bedacht, is niet genormeerd maar geeft wel aan hoe snel kinderen leren. Ook wordt aan de kinderen gevraagd zelf in te schatten hoe lang zij met deze in totaal drie keer uit te voeren opdracht bezig zullen zijn. Opmerkelijk is dat jongens hun kunnen stelselmatig overschatten.
Volgens Havighurst (1972) heeft elk kind een aantal ontwikkelingstaken. Kinderen van 0 tot 6 jaar moeten leren lopen, leren praten, hun uitscheidingsorganen leren beheersen. Zij leren sexe verschillen en sexueel gedrag beheersen en bereiken fysiologische stabiliteit. Zij ontwikkelen simpele concepten en taal om de sociale en fysieke werkelijkheid te beschrijven en leren zichzelf emotioneel relateren aan ouders, broertjes en zusjes en anderen. Kinderen van deze leeftijd moeten het verschil tussen goed en fout leren. Kinderen van 6 tot 12 jaar moeten fysieke vaardigheden voor gewoon spel leren en op leren schieten met leeftijdgenoten. Zij ontwikkelen een positieve houding ten opzichte van zichzelf als groeiend organisme en leren een toepasselijke sociale sexe-rol. Zij moeten basisvaardigheden zoals lezen, schrijven en rekenen leren en de vorming van concepten voor alledaags leven. Kinderen van deze leeftijd ontwikkelen een geweten, moraal en normen. Zij moeten een persoonlijke onafhankelijkheid bereiken en een houding ontwikkelen t.o.v. sociale groepen en instituties.
De ontwikkelingstaken van jongeren van 12 tot 18 jaar laten zich als volgt omschrijven. Op deze leeftijd ontwikkelen kinderen meer volwassen relaties met leeftijdgenoten en nemen en sexe-rol identiteit aan. Zij moeten leren hun fysieke zelf te accepteren en emotioneel onafhankelijk worden. Ze bereiden zich voor op huwelijk en een gezin en een loopbaan. Ook ontwikkelen zij vaardigheden die nodig zijn voor een beroep. Jongeren moeten normen en waarden en een levensideologie opbouwen en sociaal verantwoordelijk gedrag leren.

Achtergronden - hoogbegaafdheid     Model Mönks

 

 

 

 



 
Met het model van Heller is onderpresteren het beste in kaart te brengen.

Model Heller

 

In het gezinsklimaat is de leerhouding van het gezin van belang, in de klas de kwaliteit van de instructie.

Achtergronden – motivatie. Volgens Reiss (2004) zijn er 16 basismotieven: macht, lichaamsoefening, nieuwsgierigheid, romantiek, onafhankelijkheid, gezin, status, orde, sociaal contact, eten, wraak, acceptatie, eer, sereniteit, idealisme, sparen. Deze motieven zijn volgens Willy Peters het uitgangspunt bij het kijken naar pubers.

Achtergronden – zelfverwerkelijking. Mensen willen zich zelf verwerkelijken maar zijn ook kuddedieren en lopen achter elkaar aan. Vooral jongeren doen veel in groepen.

Oorzaken van onderpresteren
Aan onderpresteren liggen volgens Willy Peters verschillende factoren ten grondslag. Een sterke factor is de gezinsfactor. Verder zijn persoonlijkheidsfactoren van belang zoals bv. een verstoring in de ontwikkeling en wrijving met de omgeving.

Onderpresteerders zijn slim en niet gewend voor succes moeite te doen. Zij hebben geen doorzettingsvermogen. Het onderpresteren is een chronisch probleem en verdwijnt niet vanzelf bovendien manifesteert het zich in meer dan een leefgebied. Onderpresteerders ontwijken problematische situaties. Zij hebben moeite met gewoon normaal werk en een korte aandachtsspanne. Vaak verloopt hun leven chaotisch en zijn zij niet bij machte de chaos aan te pakken.

Karakterkenmerken van onderpresteerders
Onderpresteerders hebben geen zelfdiscipline en geen verantwoordelijkheid voor eigen gedrag. Zij leggen de locus of control (zie model Heller) extern. Voor de toekomst offeren zij niets op en zijn afhankelijk in hun werk, nemen dus geen initiatief. Ook zijn zij bang voor persoonlijke verantwoordelijkheid en verzinnen smoezen om de verantwoording af te schuiven. Zij liegen tegen zichzelf en anderen, moeten dus weer vertrouwen vinden. Zij hebben geen zelfcontrole, aanleg voor verslaving, geen inzicht en zelfkennis.

Wat helpt niet wat wel bij de begeleiding van onderpresteerders?
Willy Peters pleit ervoor het onderpresteren niet met logica te lijf te gaan of met omkopen. Ook het trainen van studievaardigheden zal het onderpresteren niet verminderen. Wel helpt het stellen van grenzen, tijd en aandacht voor het kind.

Begeleiding door school
Het probleem onderpresteren is moeilijk te overwinnen en heeft een meerdimensionale oplossing nodig. Ouders, kind en school moeten daarbij een actieve rol spelen. Het zelfbeeld van de onderpresteerder dient verbeterd te worden. In peergesprekken kan een beter zelfinzicht verkregen worden. De peergesprekken hebben naast een positief effect van herkenning ook een negatieve kant omdat de onderpresteerders elkaar naar beneden kunnen trekken. Het trainen van metacognitieve vaardigheden verschaft meer inzicht en werkt indirect. Verder zijn geïndividualiseerde doelen in het onderwijs aan te bevelen en daarmee gepaard een mentoraat.
Verrijkingsstof voor onderpresteerders zou als volgt eruit kunnen zien. Onder het kopje leren leren adviseert Willy Peters productieve taalvaardigheid, studievaardighedentraining, grammatica en vreemde talen. Leren denken kan bestaan uit denksport, sociolinguïstiek en programmeren (super logo). Leren leven kan een training sociale vaardigheden zijn, tekenen, schilderen, dramatische vorming, muzikale vorming en filosofie.

Onderpresteerders kunnen als verrijking ook aan de slag met spelletjes zoals Set, Rush hour, Rubik´s snake, Transposer en Switch Back Brain Teaser. Nadat het spel voor de eerste keer gespeeld is om te zien of het moeilijk genoeg is, is het zaak het spel goed te leren spelen en een strategie te ontwikkelen. Als laatste stap kan geprobeerd worden de strategie vast te leggen.

Begeleiding door ouders
Thuis moet volgens Willy Peters het zwaartepunt van de begeleiding liggen. Ouders zullen zich moeten afvragen of het kind op de juiste school zit. Is het vwo echt wenselijk of komen de talenten van mijn kind op een andere school beter tot ontwikkeling? De begeleiding moet stoelen op eerlijkheid en vertrouwen. Het is van belang vooral lange termijn doelen te formuleren en mogelijkheden te vinden, hoe deze doelen te realiseren zijn. Verder is het probleem vanuit het perspectief van het kind te zien en het probleem met het te behalen doel te verbinden. Maak samen met het kind concrete plannen voor de realisatie van het doel. Succes is al geboekt als de planning is gemaakt (kleine stapjes). Belangrijk bij het plannen is eveneens de introspectie: wat zijn de gevoelens bij het werken aan het plan. Hou motivatie voor het plan. Hierbij spelen de ouders een belangrijke rol. Zij moeten voorleven hoe je je aan je planning kunt houden, hoe je blijft werken. Als laatste punt noemt Willy Peters de follow up, de evaluatie, liefst in vragende vorm. Welke beslissing en actie voerde naar succes? Hoe kwam het dat het me deze keer wel gelukt is?

Aansluitend aan de lezing was er gelegenheid voor het stellen van vragen. Een van de vragen uit het publiek luidde: wat te doen als het kind zich terugtrekt op een eiland? Volgens Willy Peters is het in dit geval belangrijk niet aan te dringen, de privacy van het kind te accepteren en bijv. uitdaging te zoeken bij buitenschoolse activiteiten.

© Pharos 2008

powered by typo3