Pharos Nederland | Home | Sitemap | Contact
landelijke vereniging van
ouders van hoogbegaafde kinderen

Faalangst


Faalangst is een angst, angst om te falen. Heb je faalangst dan ben je bang. Daarom proberen we deze faalangst hier te verklaren. als je weet hoe die faalangst werkt, kan je proberen om hier mee om te gaan.

Angst waarschuwt ons voor gevaar en maakt ons gereed om op eventueel aanwezig gevaar te reageren. Als je geen angst kent word je niet oud, je loopt onder de tram, je zwemt te ver in zee. Dus angst is gezond. Het zorgt ervoor dat je niet te grote risico's neemt en in kritieke situaties zorgt angst ervoor dat je snel kunt handelen. Angst is een overlevingsmechanisme. Maar, het kan ook negatief uitpakken. Het kan ertoe leiden dat je taken niet aandurft, dat je bang bent voor ongevaarlijke situaties. In dat geval is de angst jou de baas.Door te oefenen leren kinderen om te gaan met angst. Voorbeeld oefeningen zijn verstoppertje spelen, griezelverhalen vertellen en spannende uitdagingen aangaan. Kinderen genieten van het overwinnen van de angst. Het vergroot je mogelijkheden, maakt je wereld groter en geeft je zelfvertrouwen. Je kunt bijvoorbeeld verder fietsen, een hogere berg beklimmen, of iets presteren wat jouw verwachting van jezelf overstijgt.

Angst levert kracht en energie, deze stellen je in staat om grote prestaties te leveren. Het zet je voor de keuze: aanvallen of vluchten.

Klaar voor de krachtige actie: zowel om aan te vallen, of om te vluchten. De adrenaline zorgt ervoor dat je ademhaling en je bloedstroom versnellen, je krijgt het warm en je begint ook te zweten, je lichaam staat stijf van de spanning om vervolgens te ontladen in een overstijgende actie (als het nodig is om te springen zul je verder kunnen springen). Het bloed wordt met name naar je handen en voeten gestuurd. Maar de adrenaline zorgt er ook voor dat het bloed dus elders vandaan komt; keel, maag, en darmen bijvoorbeeld. Je kunt in eens geen hap meer door je keel krijgen. Maar ook je hersenen krijgen minder bloed daardoor focus je op acties om te overleven. Alles wat niet te maken heeft met vluchten of aanvallen wordt uitgeschakeld.Faalangst is angst die niet gericht is op wat we moeten doen, maar op de kans of de zekerheid dat wat je moet doen zal mislukken. Als de angst gericht was op het voor de klas spreken (plankenkoorts), dan zou die angst ons juist helpen. Plankenkoorts helpt een acteur juist om een betere prestatie neer te zetten, zonder spanning zou er niet veel aan zijn. Ook in een wedstrijd waar je beter moet presteren dan jouw tegenstander heb je spanning nodig.Maar bij faalangst richt de spanning/energie zich op de verkeerde zaken: op vruchteloze gedachten aan mislukking. Al het andere wordt geblokkeerd. Hierdoor houdt de angst zichzelf in stand, omdat je door de faalangst ook daadwerkelijk faalt. Door dit falen wordt je bevestigd in jouw faalangst. Het treedt op als je wordt beoordeeld: bij toetsen en examens, bij een (spreek)beurt, maar ook bij de beoordeling over jezelf. Er zijn drie soorten faalangst:

1. Cognitieve faalangst: heeft te maken met leren. De angst voor een negatieve beoordeling, die niet alleen afkomstig hoeft te zijn van de leraar, ook de ouders of de mede scholieren kunnen bepalend zijn. Maar ook de beoordeling die je jezelf geeft, kan oorzaak zijn.Sociale faalangst: De angst om afgewezen te worden door groepen die belangrijk voor jou zijn: vrienden, klasgenoten, familie. Je sociale vaardigheden raken er door geblokkeerd. Sinds de invoering van de tweede fase is er op de scholen meer aandacht voor sociale vaardigheden. Een kind wat hierdoor geblokkeerd raakt kan het nu extra moeilijk krijgen op school.

2. Motorische faalangst. Wie zo bang is fouten te maken bij het uitvoeren van lichamelijke handelingen, dat de vaardigheid geblokkeerd raakt, heeft motorische faalangst. Deze angst treedt op bij bijvoorbeeld het leren fietsen, en het leren zwemmen. Op school kan het optreden bij gymnastiek, tekenen en handvaardigheid. Van deze drie typen faalangsten treden er mengvormen op. Bijvoorbeeld bij de beurt in de klas, kan een kind blokkeren door  cognitieve- en sociale faalangst. Of bij een praktijk opdracht kan de leerling blokkeren door motorische- en cognitieve faalangst.

3. Positieve faalangst: Wanneer de spanning een leerling prikkelt tot goede resultaten, dan wordt dat positieve faalangst genoemd. Een leerling schuift alles wat nodig is om te presteren, leren, of een werkstuk maken, voor zich uit totdat de spanning groot genoeg is om tot een goed resultaat te komen. Tot die tijd vlucht de leerling in andere activiteiten. Het gevaar is dan wel dat de spanning zo groot wordt dat het niet meer lukt om de prestatie te leveren in de daarvoor beschikbare tijd. Het gevaar is dat de leerling geblokkeerd raakt. Dit noemen we: Negatieve faalangst. Vormen van gedrag waarachter een faalangstig persoon zich kan verstoppen:

  • Naast de traditionele afhankelijke, iemand die veel aandacht van zijn/haar omgeving vraagt en krijgt doordat iedereen ziet hoe de vork in de steel zit, zijn er diverse typen.
  • De geslotene: laat niet blijken hoe het gaat, is zeer geremd om over zijn faalangst te praten. Door dit gedrag is de faalangst moeilijk te herkennen voor de omgeving.
  • De brutale: door zich agressief op te stellen verbergt hij/zij zijn ware angstige gezicht. Deze persoon overschreeuwt zijn faalangst.
  • De clown: verstopt zijn sociale faalangst achter clownesk gedrag.
  • De gehandicapte: een faalangstige met een laag zelfbeeld, vertoont een patroon van aangeleerde hulpeloosheid, vraagt onophoudelijk hulp, krijgt hij/zij deze niet, dan vervalt de persoon in een apathische en verdrietige houding.
  • Het superkind: het kind dat zichzelf helemaal wegcijfert, in de angst niet aardig gevonden te worden.
  • Het spiegelbeeld: het kind wat het gedrag van een ander persoon spiegelt.

Waarom treedt het vaak op bij hoogbegaafden? In de ontwikkeling van hoogbegaafde kinderen missen kinderen vaak het trail and error traject. Ze hebben dus niet van jongs af aan geleerd dat dingen fout mogen gaan. Ze zijn gewend om het vrijwel meteen goed te doen. Ze stellen daardoor hoge eisen aan zichzelf. Op school gaat het in het begin ook makkelijk. Totdat ze iets nieuws tegenkomen wat ze niet meteen zomaar beheersen. Ze hebben nog niet geleerd om te gaan met het gevoel van onbehagen, dat voortvloeit uit een tegenslag. Dit gevoel is onprettig, dus alles wat dit gevoel te weeg brengt, wordt vermeden. Zo’n kind doet alles perfect, maar houdt zich aan de gebaande paden, dat is veilig. Nieuwe dingen of extra werk doen ze niet tenzij het verplicht wordt. Vragen om een uitleg doen ze ook niet, die hadden ze eerder ook niet nodig, waarom nu dan wel? Of ze gaan juist bij alles om uitleg vragen. De fantasie van deze kinderen kan hen nu erg in de weg zitten, juist het bedenken van wat er allemaal zou kunnen gebeuren en mis kan gaan, voedt de faalangst. Het kind kan hierover blijven piekeren. Het feit dat ze op de basisschool niet verder zijn uitgedaagd, houdt dus in dat ze niet geleerd hebben fouten te maken, maar ook dat ze niet geleerd hebben te leren. Gevolg is, dat als deze leerlingen op een gegeven moment te maken krijgen met het niet zomaar oppikken van de lesstof, en er echt geleerd moet worden, deze leerlingen kunnen blokkeren. Dit kan de faalangst tot ontwikkeling brengen. Er is een stuk onvermogen om te leren, een gebrek aan leerstrategie. Hierdoor kun je niet meer voldoen aan het beeld dat iedereen van je heeft. Je bent een mislukking! Dit kan uiteindelijk ook leiden dat deze leerlingen niets meer durven doen aan hun schoolwerk. Het heeft effect op de sociale vaardigheden wanneer kinderen op de basisschool niet met ontwikkelingsgelijken in de groep hebben gezeten. Zo'n kind had een slechte aansluiting met de andere leerlingen uit de groep, maar had wel behoefte aan sociale contacten binnen de groep. Deze leerling heeft zich constant bezig gehouden met zich aan te passen aan de andere leerlingen van de groep. Juist de enorme spanning die het naar beneden aanpassen met zich meebrengt zorgt dat het sociaal nog moeilijker gaat voor zo'n leerling. Het beeld dat de kinderen van zich zelf vormen is het grootste probleem. Wat is er aan te doen? Voorkomen:

 

  • Begeleiding van studie of huiswerk, werken aan leerstrategieën.
  • Veilig klimaat scheppen in het gezin.Door thuis een evenwichtige communicatie te behouden of te bereiken.
  • Helpen om te gaan met faalangst: Helpen met anders leren denken, en zelfvertrouwen terugwinnen.
  • Concentreren op de taak waarmee hij/zij bezig is, i.p.v. zorgen maken dat het fout kan gaan.
  • Omgaan met de mislukkingen door de stappen terug te volgen het probleem te analyseren en een andere aanpak te bespreken,
  • Mislukking toeschrijven aan onvoldoende inspanning, gebrek aan info, gebruik van inefficiënte methode i.p.v. gebrek aan talent.
  • Voor de leerling die gewend is geraakt aan mislukkingen; leren realistische doelen te stellen. Dit geeft positieve ervaringen waardoor erkent wordt dat hij/zij het talent bezit welke nodig is voor de prestatie, als er een redelijke inzet aan de dag wordt gelegd.
  • Leerstrategieën aan leren.

 

Belangrijk ook:

 

  • Persoonlijke terugkoppeling in plaats van klassikaal,
  • Vooruitgang ten op zichte van eigen eerder prestaties en ontwikkeling zetten. En niet ten opzichte van de klasprestaties
  • Cijfers niet algemeen bekend maken.

 

Auteur: Michal van Vliet© Pharos 2005

 

powered by typo3