Pharos Nederland | Home | Sitemap | Contact
landelijke vereniging van
ouders van hoogbegaafde kinderen

Hoogbegaafde kinderen in contact met anderen


De omgeving speelt een zeer belangrijke rol in de ontwikkeling van een kind.

Prof. Dr. F.J. Mönks heeft dat uitgewerkt in zijn meerfactorenmodel (dat gebaseerd is op een eerder model van Renzulli).

 



De invloed van de omgeving op de ontplooiïng van een kind heeft niet alleen betrekking op de intellectuele ontwikkeling, maar ook op andere aspecten van de persoonlijkheid. De reacties van de omgeving, aanmoediging, afremming, goedkeuring, afwijzing, zijn sociale stimuli die vaak van beslissende invloed zijn op de ontwikkeling van de persoonlijkheid van een kind. Helaas reageert de omgeving soms heel negatief op hoogintelligente kinderen. Sommige mensen, soms zelfs leerkrachten, ervaren deze kinderen als bedreigend. Men begrijpt ze niet en dat kan leiden tot gevoelens van frustratie en onvermogen, waardoor het kind buiten de groep geplaatst wordt. Dit kan gebeuren door zowel volwassenen als andere kinderen.

Een kind kan ook om andere redenen de aansluiting bij anderen missen. Daarbij kunnen individuele factoren een rol spelen. Ieder kind heeft zijn/haar eigen karakter. Maar ook de sterke punten die hoogbegaafdheid met zich meebrengt, kan door de omgeving opgevat worden als negatief, waardoor de sterke punten negatieve gevolgen kunnen hebben voor een hoogbegaafd kind.

Hieronder een (vertaald) schema van James T. Webb.

Mogelijke problemen die kunnen voortkomen uit de sterke punten van hoogbegaafden:

 

Sterke puntun Mogelijke problemen 
  
  
Nieuwsgierig, zoekt naar betekenis en zin. Stelt pijnlijke vragen; overdreven in zijn interesses 
  
Verwerft en onthoudt informatie makkelijk en snel. Ongeduld met anderen, houdt niet van basisoefeningen. 
  
Intrisieke motivatie. Eigenzinnig; verzet zich tegen beïnvloeding 
  
Lost graag problemen op; in staat concepten en synthesen op te stellen en te abstraheren Verzet zich tegen routine-oefeningen, stelt de onderwijsmethoden ter discussie 
  
Zoekt naar verbanden naar oorzaak en werking. Houdt niet van onduidelijkheden en onlogische zaken (bijvoorbeeld tradities en gevoelens) 
  
Benadrukt waarheid, gelijkheid en eerlijkheid. Maakt zich zorgen om humanitaire zaken. 
  
Uitgebreide woordenschat; beschikt over veel informatie die verder gaat dan die van leeftijdsgenoten. Kan zijn spreekvaardigheid benutten om te manipuleren; is verveeld door school en leeftijdsgenoten. 
  
Hoge verwachtingen van zichzelf en anderen. Intolerant, perfectionistisch, neigt tot depressie. 
  
Creatief en vindingrijk; bewandelt graag nieuwe wegen. Verstoort het gelijk opgaan van de groep. 
  
Kan zich intensief concentreren; laat zich niet van eigen interesses afleiden. Verwaarloost plichten of mensen als hij/zij geconcentreerd is; verzet zich tegen onderbrekingen; stijfkoppigheid. 
  
Heeft veel energie. Is gefrustreerd bij inactiviteit. 
  
Onafhankelijk; heeft voorkeur voor individueel werk; vertrouwt op zichzelf. Wijst voorstellen van peers of ouders af; nonconformistisch. 
  
Uiteenlopende interesses en vaardigheden; veelzijdig. Kan ongeorganiseerd en chaotisch werken; is gefrustreerd door gebrek aan tijd. 
  
Sterker gevoel voor humor. Peers begrijpen de humor niet; hangt de clown van de klas uit. 
  

Deze eigenschappen en vaardigheden zijn zelden op zich problematisch. Combinaties van karaktereigenschappen kunnen echter tot problemen leiden.

Soms vormen de eigenschappen en vaardigheden in de tweede kolom de doorgeslagen versie van eigenschappen die in de basis goed zijn. Maar juist de doorgeslagen vorm kan irritaties bij anderen in de omgeving oproepen.

Als ouder kun je je (hoog)begaafde kind helpen door ze op een goede manier om te leren gaan met hun sterke kanten. Door gesprekken kunnen wij kinderen leren om te gaan met verschillende situaties in groepen. Bijvoorbeeld: wat is het verschil tussen leiderschap en bazigheid, welke kenmerken heeft een goede leider en welke kenmerken heeft een dictator; welke alternatieven zijn er, welk gedrag wordt positief ervaren zonder dat het kind zijn eigenheid hoeft in te leveren etc.

Vanaf ongeveer de leeftijd van 7 jaar krijgt ieder kind te maken met een toenemend sociaal conformisme: de groep gaat in toenemende mate druk uitoefenen om te voldoen aan de groepsnormen. Tussen 9 en 15 jaar ligt het hoogtepunt van dit conformisme, daarna neemt het weer af. Dat betekent wel dat veel hoogintelligente kinderen in de onderbouw van het voorgezet onderwijs een moeilijke periode doormaken. Als het (hoog)begaafde kind "ja" zegt tegen de groepscodes, komt de eigen identiteit door aanpassing vaak zo onder druk te staan, dat de kans op psychische problemen aanwezig is. Zegt het (hoog)begaafde kind echter "nee" tegen de groepscode, dan komt het in een isolement terecht. Veel kinderen zoeken dan ook een oplossing in code-hopping, het ene moment volgen ze de groepscode, het andere moment verwerpen ze die weer. Op de groep kan dit gedrag van een (hoog)begaafd kind als onbetrouwbaar overkomen.

Bewustwording van de ontwikkelingen in deze processen en de interactie tussen het (hoog)begaafde kind en de mensen in de omgeving, en het leren ontdekken van alternatieven, kan een bijdrage leveren aan een 'gezondere' sociale ontwikkeling. Kortom, (hoog)begaafde kinderen zullen moeten leren omgaan met de reacties van anderen uit hun omgeving op hun typische sterke eigenschappen en vaardigheden.

© Pharos 2006

powered by typo3