Pharos Nederland | Home | Sitemap | Contact
landelijke vereniging van
ouders van hoogbegaafde kinderen

Denkprocessen


Inleiding.

We hebben dit onderwerp gekozen omdat het ons opviel dat onze kinderen op een bepaalde manier denken, als ouder weet je dat wel, maar probeer maar eens aan de buitenwereld duidelijk te maken waarom jouw kind in de problemen kan komen door zijn manier van denken. Daarvoor moet je eerst de denkprocessen onderzocht hebben voordat jezelf een duidelijker beeld hebt van de manier van denken. Door dit onderwerp begrijpen we zelf beter waarom bepaalde zaken gaan zoals ze gaan en we denken dat het voor de buitenwereld van belang is om te kunnen verwoorden hoe onze kinderen in elkaar zitten.

Concreet denken

Concreet denken betekent dat men denkt over onderwerpen die het heden betreffen of die tastbaar zijn. Voorbeelden hiervan zijn denken over goederen en aardse zaken. In de eerste levensjaren denken kinderen vooral concreet.

Abstract denken

Bij het abstract denken gaat het meer om voorstellingen die men van bepaalde zaken kan maken die men niet in de realiteit kan zien, voelen of met andere zintuigen waar kan nemen.

Hoogbegaafde kinderen kunnen eerder dan leeftijdsgenoten abstract denken. Ze bereiken ook een hoger niveau van abstractie.

Voorbeeld:

Een jongetje van vierenhalf jaar zit achterin de auto en begint over 'dood' te praten. Hij heeft al helemaal doordacht wat er moet gebeuren als hij dood gaat. Daarbij heeft hij zelfs 2 scenario's: één wat er moet gebeuren als hij na zijn ouders dood gaat en één wat er moet gebeuren als hij eerder dan zijn ouders overlijdt. In het laatste geval wil hij niet begraven, maar gecremeerd worden en dan kan zijn urn mee naar huis worden genomen, zodat hij bij zijn ouders kan staan. Als die dan ook overlijden, dan kunnen ze samen verstrooid worden.

Convergerend denken

Denken gericht op het vinden van één oplossing of de beste uit een paar oplossingen. Voor de meeste kinderen is dit de manier waarop ze meestal denken. Ook op divergerend denken volgt meestal convergerend denken: vanuit vele mogelijkheden moet uiteindelijk één oplossing gekozen worden.

Divergerend denken

Bij divergerend denken is men bezig om zoveel mogelijk oplossingen te bedenken die mogelijkerwijs tot een oplossing van het probleem of het bereiken van het gestelde doel leiden. Divergerend denken is kenmerkend voor hoogbegaafde kinderen. Zij slaan informatie ook op door veel links te leggen tussen nieuwe informatie en al aanwezige kennis. Om divergent te kunnen denken, moet een kind beschikken over veel kennis en diverse denkmethoden.

Voorbeeld:

In de klas krijgen de kinderen het volgende probleem voorgelegd:

Een hardloper doet 2 minuten en 10 seconden over een stuk van 1 kilometer. Hoelang doet hij over 5 kilometer? Alle kinderen maken braaf het sommetje:

5 x 2 = 10 minuten plus 5 x 10 = 50 seconden. De hardloper doet er dus 10 minuten en 50 seconden over. Een kind vindt dat dit niet persé de goede oplossing hoeft te zijn: hij kan tegenwind hebben, moeten wachten voor verkeer enz. Het kind calculeert een hoop beïnvloedende factoren in en vindt dat je dus niet zomaar de oplossing kunt geven.

Rationeel denken

Rationeel denken is de manier van denken waarbij je stap voor stap alles afweegt tegen over de logica van het moment. Men noemt het ook verstandelijk denken of met je linker hersenhelft denken.

Hoogbegaafden zijn rationele denkers bij uitstek. Zij hebben een hoog ontwikkelde logica die bovendien versterkt wordt door grote kennis. Je ziet ook vaakt dat ze gevoelig zijn voor het niet-logische binnen de taal.

Voorbeeld:

Een klein kind merkt op: Hoe kan iemand aan een jong iemand vragen: "Hoe oud ben jij?" Of aan een klein kind vragen: "Hoe groot ben jij?".

Intuïtief denken

Intuïtief denken is een manier van denken waarbij zowel de creativiteit als de emotie een rol speelt en zodoende snel een oplossing kan brengen. Het kan vanuit het onderbewuste naar boven komen en zich zo aandienen (instinctief).

Hoogbegaafde kinderen voelen vaak perfect stemmingen aan en kijken door uiterlijk vertoon heen.

Voorbeeld:

Bij een eerste kennismaking met een docent heb je als ouder het idee dat je kind het goed getroffen heeft. Het kind uit toch voorzichtig zijn twijfels. Het kijkt dwars door de schijn heen van een docent die zijn uiterste best doet om sympathiek over te komen, terwijl hij innerlijk anders over zaken denkt. Instinctief hebben de kinderen dit eerder dan de ouders door.

Conceptueel denken

Conceptueel denken richt zich op het uitwerken van ontwerpen. We hebben het dan over detaillering van een geheel.

De creativiteit van een hoogbegaafde kan hierbij zowel een voordeel als een valkuil zijn. Ze kunnen vaak op heel creatieve wijze concepten in hun hoofd uitwerken, terwijl hen voor de praktische uitvoering de middelen ontbreken.

Voorbeeld:

Een kind moet een maanstad ontwerpen. Het bedenkt oplossingen voor het zuurstofgehalte, de temperatuurbeheersing, voedselvoorziening, transport enz. Dan moet dit verwerkt worden in een schaalmodel en bij die praktische uitvoering loopt het kind vast. Het zichbare resultaat is een karton met daarop een omgekeerde glazen schaal en een stoeltje in het midden, want hij weet dat hij nooit kan realiseren wat hij in zijn hoofd had.

Semantiek

Met de juiste grammatica binnen een taal kunnen we duidelijk maken wat we bedoelen. De semantiek of betekenis is zo naar anderen toe en ook naar jezelf duidelijker vast te leggen.

Veel hoogbegaafde kinderen nemen taal letterlijk (heeft ook te maken met rationeel denken).Toch kennen ze de dubbele betekenis van woorden perfect; hierop zijn ook veel van hun grappen gebaseerd.

Voorbeeld:

A. moet begrijpend lezen. Er wordt gevraagd wat historie betekent. A. antwoordt: "een concert van Michal Jackson". Juf denkt eindelijk A. af te kunnen troeven en zegt: "De tour van Michal heet 'history', dat is Engels". Waarop A. zegt: "Het was 2 jaar geleden, het is historie".

Fantasie

Fantasie is de niet reële werkelijkheid. Het wordt in sprookjes of science fiction verhalen gebruikt om situaties weer te geven. Ook futurologen moeten wat fantasie gebruiken, aangezien wat zij menen in de toekomst te moeten voorspellen slechts ten dele nu beschikbaar is.

Fantasie is nodig voor creativiteit (wat weer als een van de hoofdkenmerken van hoogbegaafden geldt). Door hun grote kennis en uitgebreide fantasie wordt soms de aansluiting met leeftijdsgenoten bemoeilijkt.

Voorbeeld:

Een jong kind denkt al heel ver na over wereldproblemen. In haar fantasie passeert het ene rampscenario na het andere, waardoor het kind heel angstig en onrustig wordt en slaapproblemen krijgt. Door haar nog beperkte kennis gaat de fantasie verder dan wat in werkelijkheid kan gebeuren. Gelukkig krijgen de ouders door wat er speelt en zijn ze in staat om het kind in gesprekken weer wat meer met beide voeten op de grond te zetten.

Hoogbegaafde kinderen denken anders

Het onderstaande rijtje gaat vooral op voor hoogbegaafde presterende kinderen. Bij kinderen die lange tijd onvoldoende uitdaging en begeleiding hebben gehad, kunnen vaardigheden onvoldoende tot ontwikkeling komen.

 Ria Meijer en Maria Dekker- juni 2001

© Pharos 2001

HB kinderen denken anders


Kenmerkende manier van denken                           -praktische gevolgen

   
HB kinderen blijken al op zeer jonge leeftijd in staat de aandacht van volwassenen vast te houden en hen effectief als bron voor hun ontwikkeling te gebruiken. Vooral de zeer vroege sociale interactie met de moeder lijkt van invloed te zijn op hun suprieure denkvermogen. Kinderen stellen al jong (heel) veel vragen die betrekking hebben op hoe dingen in elkaar zitten: verbanden leggen, consequenties van dingen, oorzaak/gevolg, eigen conclusies controleren enz. 
   
Zij hebben al jong een ongewoon gevoel voor discrepantie of verschillen en een groter abstractievermogen dan leeftijdsgenoten Ze stellen regels ter discussie en communicatie met leeftijdsgenoten vormt vaak een probleem 
   
Ze zijn minder egocentrisch en beter in staat dingen in perspectief te zien. Vaak gekwetst doordat andere kinderen naar hen toe niet dezelfde meelevendheid in acht nemen. 
   
Ze kunnen complexere taken aan en maken effectiever gebruik van bronnen. Dit geldt ook voor hun eigen kennis die zij breed kunnen toepassen en kunnen transformeren naar andere situaties dan die waarin de kennis is aangeleerd. Verveling binnen het jaarklassensysteem. Toepassing van kennis vanuit het ene schoolvak in het andere schoolvak. Dit kan op repetities voor de betreffende docenten soms andere antwoorden opleveren. (En voor leerlingen soms ovoldoende beoordelingen omdat "dit" niet het antwoord was dat ze moesten leren.) 
   
HB kinderen weten meer, zijn zich meer bewust van hun kennis en leggen veel links tussen nieuwe kennis. Om nieuwe informatie te kunnen verwerken en ook weer uit het geheugen op te roepen, is het noodzakelijk dat ze deze in een zinvol verband kunnen plaatsen. Vaak stellen zij veel vragen om nieuwe kennis optimaal te kunnen verbinden aan wat ze al weten. Hiermee proberen ze duidelijk te krijgen wat de overeenkomsten en verschillen zijn met wat ze al weten. Soms roept dit irritatie bij de leerkracht op, maar het is hún manier van kennis ordenen en opslaan. Ze kunnen problemen hebben bij opdrachten, zoals woordrijtjes leren, waar geen verband inzit. 
   
Bij opdrachten leggen ze meer verbanden met reeds aanwezige kennis (die niet in de opdracht is gegeven) en besteden minder aandacht aan informatie die in de opdracht is gegeven. Gebrekkig lezen van opdrachten kan leiden tot zoeken in andere richtingen dan bedoeld. 
   
Ze zijn zich bewuster van eigen denkprocessen en zijn beter in staat deze te beschrijven en beoordelen (vorm van zelfregulatie). Hierdoor zijn ze ook flexibeler in het verlaten van een eenmaal ingeslagen weg om op een andere manier oplossingen voor een probleem te zoeken. Kunnen hierdoor ook makkelijker van strategie veranderen en daardoor (soms via een totaal andere weg) een probleem oplossen. Dit kan als neveneffect hebben dat ze niet precies volgens het boekje werken, maar op hun eigen manier aan de slag gaan. 
   
De denkprocessen bij HB kinderen verlopen sneller, vooral bij moeilijkere onderwerpen. Wel nemen zij meer de tijd om de relevante informatie te ordenen. Kan lijken op startproblemen. 
   
Hb kinderen hebben behoefte aan een uitdagende omgeving, waar ze niet alle antwoorden weten. Als taken niet voldoende complex zijn, proberen zij zelf die complexiteit te introduceren. Denk maar aan eenvoudige spelletjes, waar zij allerlei regels bij verzinnen. 
   
Ze zijn sterker in het herkennen van overeenkomsten in regels, hulpmiddelen en strategieën, waardoor zij minder stappen nodig hebben om tot oplossingen te komen. Met grote stappen door wiskundige oplossingen heen gaan, is een bekend verschijnsel. 
   

Ria Meijer en Maria Dekker- juni 2001

© Pharos 2001

powered by typo3